












| |
Selectie van woningen
Bij het aanwijzen van reguliere woningen voor huisvesting
van bijzondere doelgroepen gelden o.a. de volgende aandachtspunten:
- Ouderdom/kwaliteit: woningen met een sloopnominatie
worden nog wel eens bij uitstek geschikt bevonden voor zorgcliënten met
"slordig" woongedrag. Dit kan op grote weerstand stuiten bij
omwonenden die hierin bevestiging van verval van de buurt zien. Terwijl
de begeleidende zorginstellingen dat niet bepaald uitnodigend vinden
voor de geplaatste cliënt om zich aan de normale woonregels te houden.
In veel gevallen zijn dan ook extra beheermaatregelen nodig.
- Ruimten voor gemeenschappelijk gebruik -
portiek/galerij en tuin of binnenplaats, met gedragsregels voor het
afsluiten, schoonhouden, afvoer van vuilnis en oud papier,
gemeenschappelijke stalling. Hiervoor geldt dat naarmate er meer zaken
zijn waarop gelet moet worden en er meer gebruikscontacten met buren
bestaan, het plaatsen van een cliënt risicovoller kan zijn; tenzij
sociale controle gewenst is.
- Is er een eigen tuintje: zal/kan de cliënt dit
bijhouden in verband met aanblik voor omwonenden.
- Gelden er voor de woningen gedragsregels die zijn
overeengekomen met de bewoners; zijn deze bekend bij begeleiders van de
zorginstelling. Zal/kan de cliënt eraan voldoen.
- Gehorigheid van de woning in combinatie met
gedragspatroon van cliënt (is deze overdag thuis, speelt deze harde
muziek, is er veel aanloop, huisdieren) en kenmerken van omwonenden
(kinderen etc.)
- Huurniveau en betaalbaarheid voor de cliënt.
|