Doelgroepen en overlastrisico
De ene bijzondere doelgroep is de andere niet, net zoals
er binnen één bepaalde groep grote verschillen kunnen bestaan.
Niettemin kan je voor het gemiddelde stellen dat
bijzondere doelgroepen in verschillende mate een overlastrisico met zich
meebrengen. Dat overlastrisico is de belangrijkste reden dat bewoners
afwijzend staan tegenover vestiging van deze groepen in hun eigen buurt: het
"Not in my backyard" (NIMBY) effect.
We hebben in een enquête aan deelgemeente,
zorginstellingen, corporaties en opbouwwerkinstellingen gevraagd om aan te
geven hoe zij het overlastrisico van de verschillende doelgroepen inschatten
op basis van hun ervaringen. (Zie tabel.) Daarbij bleek overigens dat
deelgemeenten het overlastrisico over het geheel hoger inschatten, terwijl
het opbouwwerk het juist lager inschatte.
| doelgroep |
gemiddeld
overlastrisico |
| slachtoffers huiselijk
geweld |
normaal |
| verstandelijk
gehandicapten |
normaal |
| asielzoekers |
normaal |
| ex-delinquenten |
verhoogd |
| reïntegrerende
daklozen |
verhoogd |
| thuisloze jongeren |
verhoogd |
| psychiatrische
patiënten |
verhoogd |
| verslaafden |
verhoogd |
| verslaafden met
meervoudige problematiek |
sterk
verhoogd |
| laatste kans bewoners |
sterk
verhoogd |
('Normaal' wil zeggen vergelijkbaar met bewoners die niet
tot bijzondere doelgroepen behoren)
Informeren omwonenden?
Behalve van de doelgroep is het overlastrisico voor de
buurt ook afhankelijk van de omvang van de woonvoorziening. In de enquête
hebben we onderscheid gemaakt naar 'reguliere woningen' (1-4 personen),
kleine voorzieningen (5-14), middelgrote voorzieningen (15-24) en grote
voorzieningen (25 en meer).
Naarmate er meer overlastrisico is, op basis van de
combinatie van doelgroep en omvang woonvoorziening, willen de respondenten
de omwonenden van te voren informeren over de komst van zo'n voorziening,
als volgt:
- doelgroepen met normaal risico vanaf middelgrote
voorzieningen
- doelgroepen met verhoogd risico vanaf kleine
voorzieningen
- doelgroepen met sterk verhoogd risico vanaf reguliere
woningen
Over het geheel zijn de corporaties iets terughoudender in
het vooraf informeren van omwonenden.
Bijkomende factor: begeleiding
De mate van begeleiding die gekoppeld is aan een
woonvoorziening is eveneens bepalend voor het overlastrisico. Dit kan
variëren van een enkel controlebezoekje per week of per dag tot 24-uurs
aanwezigheid van begeleiding. Dit laatste is doorgaans alleen mogelijk bij
de grotere voorzieningen. De intensiteit van begeleiding is een keuze van de
zorginstelling. Maar andere betrokkenen zoals corporaties, deelgemeenten
en/of bewoners kunnen hier eisen aan stellen om verwachte overlast te
beteugelen.